Boerderijenstichting Noord-Holland

Vrienden van de stolp

Kijk op de kapberg

Kapberg met uitgebouwde afhuivingen en dijkwoning.

 

In Noord-Holland zijn ze bijna overal te vinden, de kapbergen. In het open landschap en binnen de bebouwde kom van veel plaatsen. Eigenlijk is een kapberg niets anders dan een omtimmerde constructie van vier staanders met een dak er bovenop. Het bouwwerk was bedoeld voor het opslaan van hooi. Een boerengebouw is het, sober en doelmatig.

 

Je ziet gelukkig dat bestaande kapbergen een nieuwe functie krijgen, veelal met woonbestemming. Ook worden er nieuwe kapbergen gebouwd. Daarbij plaatsen we een voetnoot: de kapberg op het erf met een bestaande stolp dient in samenhang daarmee in volume en hoofdvorm traditioneel te blijven en nabij de stolp gesitueerd; de hooivoorraad dicht bij de stal. Nieuwgebouwde kapbergen op een locatie zonder stolpbebouwing kunnen daartentegen wel met de traditionele bouwmassa en -kenmerken ook als hoofd- of bijgebouw in een vrijere architectuurstijl worden gebouwd. Traditioneel of nieuw gebouwd: in plaatsen waar ze nooit gestaan hebben raden wij de bouw van kapbergen af.

 

Van hooiklamp naar kapberg

In het boek ‘De stolp te kijk’ besteedt L.Brandts Buys ruim aandacht aan de ontstaansgeschiedenis en de ontwikkeling van verschillende boerderijtypes. Hij besluit zijn betoog met een schema dat toont hoe al halverwege de 15e eeuw de langhuisstolp ontstond. Een eeuw later verschijnt dan de kapberg, door de schrijver ‘hooihuis’ genoemd. Met huis, stal en hooihuis achter elkaar gebouwd kwam één gebouw tot stand, de hooihuisboerderij. Weer een eeuw later ontstaan de Westfriese stolp en de ‘Noord-Hollandse Normaalstolp’. Met woning, stal en hooiberg onder één groot piramidevormig dak.

Toen rond 1550 huis, stal en hooihuis onder een dak werden gebracht betekende dat overigens niet dat er voor die tijd geen kapbergen bestonden. Bij de boerderij in de middeleeuwen was de hooivoorraad als hooiberg (klamp) opgeslagen opgeslagen op het erf, los van het langhuis (huis en stal), aan de bovenkant afgedekt met riet of graszoden. De klamp was echter blootgesteld aan regen en wind en om het hooi beter te beschermen werd de steltenberg gebouwd. Het was een constructie van vier staanders met een rieten kap erboven, die omhoog en omlaag kon worden bewogen al naargelang de grootte van de hooihoop (de veel latere opvolger is de ijzeren vijzelberg). De volgende stap die gezet werd tot betere bescherming van het hooi, was het aanbrengen van een houten omtimmering tegen de staanders aan. Zo ontstond een bouwwerk waarin het hooi hoog en droog kon worden bewaard: de kapberg. Aangetoond kan worden dat al vroeg in de 17e eeuw ‘vaste’, vrijstaande kapbergen voorkwamen.

 

Vormen

De kapberg heeft zich door de eeuwen heen gehandhaafd, tot in onze dagen toe. In 1977 maakte Jan Deckwitz (ontwerper van nieuwe kapbergen) een inventarisatie van kapbergen gemaakt in Uitgeest. Hieruit vloeide een schema voort: van stolp tot kapberg (afb. 2). Het kan worden gelezen als een reeks afknottingen van de stolp, maar ook omgekeerd: als een serie uitbreidingen van de kapberg. Als je bijvoorbeeld nr. 5 bekijkt, kun je spreken van ‘een aan twee zijden afgeknotte stolp’. Maar evenzogoed als ‘een aan twee kanten uitgebreide kapberg’. Beide aanduidingen zijn juist. Voor het bouwwerk werden diverse benamingen gebruikt. Er werd gesproken van kapberg, hooiberg, kaakberg. Hooihuis of kapschuur. Ze werden gebouwd als extra hooiberging bij een stolpboerderij. Of als enige hooiopslag bij het boerenhuis van een kleine boer, al of niet met gemengd bedrijf. Vooral tref je ze aan in veenweidegebieden, op geestgronden en ook hier en daar in Westfriesland, op het ‘oude land’ dus. In de grote droogmakerijen zie je ze minder vaak. Hoeveel kapbergen er waren is niet bekend, maar het aantal is vrij groot geweest. Alleen al in de Zaanstreek waren er in 1977 een paar honderd te vinden. De eenvoudigste kapberg is een omtimmerd vierkant met een dak erboven. De vroegste exemplaren hadden rieten kappen, later werden dit pannendaken.

 

Getrapt of gepotdekseld

Het hout kan op verschillende manieren zijn aangebracht. Zo was er de getrapte weeg, waarbij de planken horizontaal, elkaar gedeeltelijk overlappend, werden vastgespijkerd. Een andere manier van beschieten van de gevels was potdekselen. Dan werden twee lagen van verticale ongekantrechte delen, elkaar deels afdekkend, aangebracht. In de 19e eeuw en later werd ook wel het horizontaal getimmerde rabathout gebruikt. Goten ontbraken in de meeste gevallen. In een van de gevelvlakken dienden een deur en daarboven een of twee luiken voor het binnenhalen van het hooi. Vaak werden ze zwart of bruin geteerd, maar ook groene verf werd gebruikt. Het pannendak was meestal rood van kleur. Een heel bijzondere manier van bekleding van de verticale wanden is die met rode dakpannen. Er zijn nog een stuk of tien van dergelijke keramische kapbergen (‘dakpankapbergen’) vooral in en rond de Zaanstreek te vinden. De aantrekkelijkheid van het doelmatige boerengebouw schuilt in de soberheid. Een nagenoeg vierkante vorm met een piramidevormig dak. Meer is het niet, maar ook niet minder. Eenvoud is de stille kracht van de kantige vorm. Die maakt het mogelijk om van het bouwwerk in het open landschap te genieten en het eveneens in de bebouwde kom als een verrijking van de omgeving te ervaren.

 

Vandaag de dag

Het boerenbedrijf is de laatste tientallen jaren danig veranderd. Los hooi opslaan in een vierkant van een stolp of in een kapberg is er niet meer bij. Het gevolg is dat kapbergen buiten bedrijf zijn geraakt. Er worden wel caravans in gestald of een boot of andere spullen. Het risico is dat, omdat ze geen duidelijk nut meer hebben, ze verwaarloosd worden en verkrotten, in de meeste gevallen geldt geen bescherming van enige vorm van monumentenzorg. Dan ligt sloop op de loer.

Een nieuwe bestemming kan redding betekenen voor de gebouwen. Je ziet het de laatste jaren steeds meer gebeuren, dat een kapberg verbouwd wordt tot woning, kantoor, atelier of iets anders. Het nadeel van zo’n verbouwing is, dat ramen en deuren in gevels worden geplaatst en de geslotenheid daarmee verdwijnt. Dat moeten we dan maar voor lief nemen en hopen dat de ingrepen niet al te nadrukkelijk zijn. Overigens leent de kapberg zich na verbouwing goed voor bewoning. Dat is omdat na het aanbrengen van vloeren het hoge gebouw veel benutbare ruimtes bevat.

 

Nieuwe kapbergen

Een tegenwoordige trend is het bouwen van nieuwe kapbergen als woning. Vooral het grote benutbare vloeroppervlak speelt hierbij een belangrijk rol. Want ga maar na: bij een kapberg met een nokhoogte van tien meter ontstaat een bouwwerk van drie bruikbare verdiepingen Er zijn diverse manieren om aantrekkelijke huizen te bouwen met het uiterlijk van kapbergen als uitgangspunt. Bij een goede toepassing van vorm, materialen en kleuren kunnen prima resultaten bereikt worden. Wat de vorm betreft: deze kan van de voorhanden zijnde traditionele voorbeelden afgeleid worden. Als materialen kunnen hout en baksteen afwisselend worden gebruikt. Voor hout alleen al geldt: geweegde planken, gepotdekselde delen, rabathout en staand schot met mes en groef. Over de kleuren: hout kan worden geschilderd met zwart, bruin, grijs, geel groen of wit. Of het kan naturel blijven. Oh ja, vergeet de mogelijkheid van pannenwanden niet. Pannen op dak en wanden kunnen dan rood of grijs zijn.

Dit is een samenvatting van het artikel van Jan Deckwitz dat in Nieuwsbrief 65 (juli 2011) verscheen. Zie ook de Nieuwsbrieven nrs. 36, 38 en 58. In nummer 86, oktober 2016 ook een overzicht van vier verschillende kapbergen.

Terug naar overzicht
Losstaande kapberg voor hooiopslag.
Nieuwgebouwde, geschakelde kapbergen voor bewoning.

Op de hoogte blijven?
U bent ingeschreven voor de nieuwsbrief
Fout bij het versturen
ZONDER STOLPEN ZOU NOORD-HOLLAND NOORD-HOLLAND NIET MEER ZIJN
sitemap    webdesign door ipsis