Boerderijenstichting Noord-Holland

Vrienden van de stolp

Expertmeeting

 

EXPERTMEETING

 

Vrijdag 21 april werd een ‘Expertmeeting’ georganiseerd in de Wierschuur op Wieringen, Stroeërdijk 3. Een bijeenkomst van deskundigen, mede als onderdeel van een serie van drie bijeenkomsten (in diverse provincies) van Agrarisch Erfgoed Nederland, de koepel van Boerderijenstichtingen. ‘Herbestemming als noodzaak; nieuwe markten met toekomstwaarde als creatieve uitdaging’ is de lange leus. Doel en inhoud liggen in het verlengde van wat onze werkgroep Visie en Beleid voor de toekomst voor ogen heeft. Er worden deskundige inleiders uitgenodigd op basis van hun vakgebied. Inleiders zijn o.a. Dorine van Hoogstraten (Mooi Noord-Holland), Jan Richard Kikkert (architect/ Academie voor Bouwkunst), Geert Klaver (makelaardij) en Angeli Poulssen (marketingdeskundige). Zij belichten de verschillende kanten van herbestemming, hergebruik en marktverkenning. Zonder een nieuwe, passend te maken bestemming van voor agrarisch gebruik niet langer functionerende gebouwen -boerderijen, stallen, schuren- zou het beeldbepalend agrarisch erfgoed verloederen en uiteindelijk uit het landschap verdwijnen.

Verslag
Expertmeeting Boerderijenstichting Noord-Holland Vrienden van de Stolp 21 april 2017, Wieringen

HER-BESTEMMEN ALS NOODZAAK
Nieuwe markten met toekomstwaarde als creatieve uitdaging

 

Inleiding

Vrijdag 21 april 2017 werd de expertmeeting met als thema 'Her-bestemmen als noodzaak, nieuwe markten met toekomstwaarde als creatieve uitdaging' georganiseerd in de Wierschuur op Wieringen. Dit was niet alleen op een prachtige locatie, maar ook een interessant en zeer inspirerend gebeuren.
Als onderdeel van een serie van drie bijeenkomsten (in diverse provincies) van Agrarisch Erfgoed Nederland (AEN) werden onderwerpen besproken die in het verlengde liggen van wat de Boerderijenstichting Noord-Holland in de toekomst voor ogen heeft; het door herbestemmen behouden van stolpboerderijen. Want de stolpboerderij met boerenerf is immers het visitekaartje van het Noord-Hollandse landschap.
Het (her)gebruik van agrarisch erfgoed is al vele eeuwen in verandering. Het gebruik van de stolp is na 500 jaren geschiedenis met agrarische functie nagenoeg voorbij. Mede vanwege de crisis zijn mogelijkheden tot herbestemming opgedroogd en is extra inzet en nieuw elan nodig want het is niet alleen de ondergang van de stolpboerderij, maar een aanslag op een hele gemeenschap en daarbij op het Noord-Hollandse landschap. Om het karakteristieke platteland van Noord-Holland met zijn kenmerkende stolpboerderijen te behouden is aandacht nodig voor de maatschappelijke betekenis van dit erfgoed. Zoals tijdens de expertmeeting zo mooi gezegd werd: “Het belang van het behoud van de stolp ligt bij de particuliere eigenaar. Maar de instandhouding van het landelijk gebied waarin de stolp een drager is, is ook een collectief belang.”
Er moet dus nieuw bloed komen: nieuwe initiatiefnemers (generatiewisseling) met nieuwe toekomstgerichte ideeën om nieuwe functies te realiseren.
Eigenaren van stolpen vormen met elkaar de belangrijkste dragers van het gehele Noord-Hollandse agrarische erfgoed en daarbij het Noord-Hollandse landschap. Bij de huidige bewoners is sprake van vergrijzing. Velen zijn in de jaren 70 van de vorige eeuw in het avontuur gestapt om een stolp te kopen. Nu zien we dat een nieuwe generatie het avontuur weer oppakt en bewust kiest voor het wonen en werken in een stolp. Naast de vele kansen constateren we ook belemmeringen om in deze tijden in te stappen.
Wat kunnen we doen om de nieuwe generatie te enthousiasmeren voor de stolp en hoe kunnen we de toekomstige nieuwe eigenaren als hoeders van het erfgoed ondersteunen? Over deze vragen werd op de expertmeeting door deskundigen gesproken waarbij de verschillende kanten van herbestemming, hergebruik en marktverkenning werden belicht. Er werd gesproken over hoe toekomstige eigenaren enthousiast te maken voor het bewonen van een stolpboerderij en over het positioneren van de stolpboerderij, als icoon van het Noord-Hollandse landschap, tot sterk merk. Zonder een nieuwe, passend te maken bestemming van voor agrarisch gebruik niet langer functionerende gebouwen -boerderijen, stallen, schuren- zou het beeldbepalend agrarisch erfgoed verloederen en uiteindelijk uit het landschap verdwijnen. Hierbij zijn de belangrijkste conclusies van de expertmeeting vermeld, met onder andere gebruikmaking van het journalistieke verslag van Maarten Ettema en het feitelijk verslag van Jeroen Schuurman.

Conclusies

Als belangrijkste conclusie kunnen we stellen dat het een rijke middag was, waarbij alle aanwezigen elkaar geïnspireerd hebben. De bijeenkomst heeft vele waardevolle bouwstenen aangedragen om de organisatie en het beleid van de Boerderijenstichting Noord-Holland in de nabije toekomst vorm te geven.
Het hebben van een droom en doorzettingsvermogen zijn belangrijke al dan niet de belangrijkste voorwaarde voor succes. Daarnaast zijn een bevlogen wethouder, ambtenaren met kennis van zaken, vlotte bestemmingsprocedures, een goed weloverwogen plan, welwillende en deskundige begeleiding de verdere voorwaarden voor het realiseren van de stolpendroom. Zoals gezegd zijn er tijdens de presentaties , de rondetafelgesprekken alsmede de actie MAAK HET VERSCHIL vele ideeën en uitdagingen naar boven gekomen.


1. De stolp als vierkant, de piramide van het Noord Hollandse landschap
Het is duidelijk, iedereen die een stolp voor het eerst van binnen ziet is overweldigd door de grootte. Het is een volume dat uitnodigt om alles mogelijk te maken: een en al werk- en leefruimte. Dat is dan ook het geval in de praktijk. Alle functies komen voor.
Maar de stolp heeft meer kwaliteiten. Zeker voor de stolpen in het landelijk gebied geldt: buitenruimte, rust en vrijheid; de verkoopargumenten van de makelaar.
Ondanks de iconische vorm is het belangrijk te blijven nadenken over de architectuur van het gebouw en met name te zoeken naar nieuwe vormen/aanpassingen voor nieuw gebruik. Daarbij vult bestuurslid van de AEN Huub Hooiveld aan dat de verbinding met de omgeving belangrijk is. Men moet zich bewust zijn van zijn omgeving en welke nieuwe functies voor de omgeving kunnen hebben.

2. De beleving, de verhalen van de stolp
Stolpen zijn niet alleen stenen constructies, maar het zijn altijd gebouwen met een verhaal, een omgeving waarin ze rol spelen. Die verhalen dragen ook bij aan de 'compleetheid': de beleving van gebouw en haar omgeving, de stolp als een Amsterdamse investering. Dat verkoopt.
Draag het erfgoed uit als een positief en optimistisch verhaal en neem daarbij een voorbeeld aan de tiny-houses. Die mini-woningen worden vanuit de rechter hersenhelft gepromoot want met de linker (meer rationele hersenhelft) zijn ze alleen maar klein (en voor het plaatsen is ook nog steeds een vergunning nodig), de rechterhersenhelft is daarentegen helemaal verliefd op het geromantiseerde idee van zelfvoorzienend wonen en een omgeving naar keuze.
De opgave zal zijn om voor de stolp, voor elke stolp een positief verhaal te hebben dat bovendien is afgestemd op de doelgroep die verleid wil worden door een eigentijdse presentatie: met vlogs en blogs, met drone-opnames en uitgewerkte 3D modellen. Maar vooral met authenticiteit of zoals Wilma Eelman stelt: ‘’iedereen moet weer verliefd worden op de stolp, dan begint het pas!’’ Er is een wereld te winnen als we allemaal maar stolpendromer worden.

3. De mogelijkheden voor nieuwe functies
Een vraag die vaker terugkwam was: "Wat mag wel en wat mag niet bij herbestemming?" De overheid maakt het door de regelgeving niet altijd gemakkelijk voor de toekomstige stolpbewoner. Er werd gepleit voor een meewerkende overheid die ruimte biedt en ontwikkelingen faciliteert.
Kunnen stolpbewoners zelf meer in eigen hand nemen? De komende omgevingswet vraagt daar wel om. Hebben we voldoende kennis van wat er komt kijken bij een herbestemmingtraject? Past een clearing house, een stolp als informatiecentrum voor de stolpgeïnteresseerde daarbij? Een 'stolpencoach' wordt genoemd.

4. De stolp als het object voor nieuwe netwerken en communities
De stolp is een herkenbaar icoon. De eerste ambassadeurs zijn de bewoners zelf, maar door een goed PR beleid en promotie is het mogelijk ook niet-bewoners er meer bij te betrekken. Want exclusiviteit is niet wenselijk. Denk na over een positief en niet-exclusief - in de zin van, de stolp voor een aantal bevoorrechte mensen - 'frame'. Zoals Evert Vermeer het stelt, we moeten verbinding zoeken met andere organisaties en nieuwe netwerken creëren. Iedereen mag erbij zolang er maar goed wordt afgestemd.

De nieuwe netwerken kunnen betrekking hebben op:
- nieuwe doelgroepen, nieuwe Nederlanders
- ander gebruik, nieuwe functies
- andere media en promotie
- relatie stad en land
- nieuw agrarisch gebruik
- andere activiteiten: duurzaamheid, theater, clearing house, etc.
- nieuwe expertise

Laat het ontstaan en geef het zo weinig mogelijk vastigheid; de maatschappij is steeds meer 'vloeibaar'!

5. Uitdagingen voor de Boerderijenstichting Noord-Holland
- Waardeer de stolp opnieuw: nieuwe architectuur, nieuwe materialen, nieuwe plekken van rust en (agrarische) ruimte.
- Het gaat altijd om het verhaal van de stolp als onderdeel van het landschap en de maatschappelijke omgeving: dat is een positief verhaal, een frame, met veel verbindingen: met de stad, met de lokale gemeenschap en met de niet-stolpbewoners.
- Het nieuwe gebruik vraagt kennis, doorzettingsvermogen en passie. Focus daarom op het mobiliseren van eigenaren/bewoners; met al hun kennis, vaardigheden, politieke invloed, met al hun belangen om goed te zorgen voor hun erfgoed, met hun bereidheid zich in te zetten voor behoud en ontwikkeling.
- Organiseer de betrokkenheid in een community (of meerdere) die werkt met de middelen en de media van deze tijd en voor de nieuwe gebruikers.
- Denk na over promotiebeleid, waaronder de wijze waarop het behoud van de stolp voor de toekomst geframed wordt. Timmer zaken niet dicht, maar laat het ontstaan. Biedt ruimte aan initiatieven.
- Denk na over een nieuwe naam/slogan voor de Boerderijenstichting Noord Holland Vrienden van de Stolp.

Vier experts, vier invalshoeken

Dorine van Hoogstraten (MOOI Noord-Holland); 'De Stolp van de toekomst'
Dorine van Hoogstraten besprak in haar presentatie de nieuwe trends, de nieuwe generatie gebruikers, nieuwe kansen en nieuwe functies. De stolpboerderij is de identiteitsdrager van het Noord-Hollandse landschap. De stolpboerderijen, met hun piramidevormige daken, markeren het Noord-Hollandse landschap en worden dan ook niet voor niets de ‘piramiden van de polder’ genoemd. Ze geven het gebied een geheel eigen, herkenbaar silhouet. Echter staan er nog maar 5.500 stolpboerderijen in Noord-Holland en het aantal neemt nog steeds af door wegenaanleg, stads- en dorpsuitbreidingen, potsierlijke verbouwingen en schaalvergroting. Schaalvergroting is al jaren aan de orde van de dag op het platteland en de boerderij als bedrijfsgebouw is te klein geworden voor een efficiënte bedrijfsvoering. Een stolp is gebouwd voor 16 of 24 koeien en hun hooivoorraad, de huidige boer heeft een veelvoud daarvan. Herontwikkeling is dus noodzakelijk. Door de grote inhoud van de stolp schikt zij zich in vele functies en vaak wordt een stolpboerderij dan ook herbestemd tot woonboerderij, kantoor of winkel, praktijk of horeca. Door herbestemmen blijft de karakteristieke bouwvorm voor het landschap bewaard en blijft de regionale identiteit gewaarborgd.
Het waarom mensen in het landelijk gebied willen wonen laat zich vangen in een aantal kernbegrippen: rust, donkerte, seizoenen, elementen en natuur. Zo dachten de welvarende stedelingen er in de 17e eeuw ook al over. Zij lieten grote herenboerderijen op het platteland bouwen om daar in de zomer te kunnen genieten van de rust, de ruimte en de natuur. Voor stedelingen was het platteland een plezierlandschap, een lusthof. Voor de boeren was het een productielandschap. Als we dat doortrekken naar vandaag, zien we dat ook nu stedelingen het platteland in trekken om te recreëren. Zij komen af op de rust, de schone lucht, de landschappen en monumenten. Zo ontstaat de situatie dat behoud van het erfgoed mensen het gebied in trekt – die daar geld uitgeven en zo de lokale economie voeden – waarmee het landelijk gebied aantrekkelijk blijft. En een vitaal platteland zal nieuwe bewoners trekken – die op hun beurt weer bijdragen aan de aantrekkelijkheid en de leefbaarheid.

''Men danst, men banketteert in 's Koopmans rijke buurt. Hier lacht de goude tijt, in lieve lustprieelen.'' (Joost van den Vondel, Lofdicht op de Beemster)

Het landleven op het platteland wordt gekenmerkt door bewust leven, nostalgie, educatie, inspiratie en het opnieuw uitvinden van jezelf. Er heerst veel collectiviteit op het platteland en wordt dan ook gezien als een gemeenschappelijk project. 90 procent van de Nederlanders is verknocht aan de grazende koe in de wei, want 'dat is pas echt Nederland'.

''Het oude platteland was een complete wereld: alles was er, en alles leek daar eeuwig te zijn.''

''Nagenoeg alle Nederlanders dragen de boer een warm hart toe, omdat hij eerlijk is, hard werkt, voedsel produceert en aldus een zinvolle bijdrage levert aan de economie''. (Tjirk van der Ziel, SCP 2006)

97 procent van de Nederlanders vindt dat het platteland niet mag veranderen. Het wordt door de meeste Nederlanders gezien als: 'Een open, natuurlijke omgeving die een ontspannende werking heeft en uitnodigt tot bewegen.' Veel Nederlanders zijn dan ook dol op streekeigen producten die o.a. de regionale identiteit weerspiegelen. Het behoud hiervan is van collectief belang en ligt voor een groot deel in de handen van de eigenaren. Maar hoe brengen we de nieuwe generatie eigenaren aan de stolp?
Je hoort dat kopers vaak vastlopen in onoverzichtelijkheid en dat er twijfels bestaan over het onderhoud, de financiering, verduurzaming en de regelgeving. De gemeente zou de initiatiefnemers moeten faciliteren in de belichaming van een stolpencoach. Wat is de status, waar kun je financiering krijgen, wat mag en wat niet, hoe maak ik het duurzamer, wat is het bestemmingsplan en hoe kan ik deze wijzingen? De burger moet centraal gesteld worden. Er is behoefte aan geclusterde informatie. Overzichtelijke, betrouwbare informatie over de mogelijkheden en beperkingen in de vorm van een stappenplan.
Breng de jongste generatie stedelingen naar het platteland en rol de rode loper voor ze uit!

Geert Klaver (Klaver Makelaardij) 'Wonen in een stolp als avontuurlijke uitdaging'
Dat je iets aan de man kunt brengen door ‘positive framing’ hoef je Geert Klaver niet uit te leggen. Hij maakt een magazine, schrijft een blog, maakt met een drone opnames van ‘zijn’ stolpen, is aanwezig op Pinterest en haalde de krant met een foto waarop hij in zijn blote billen een woning bij een naaktstrand aanprijst – op social media 400.000 keer bekeken. Toch vindt Geert Klaver het een moeilijke markt. De verkoop van het aantal boerderijen zit vanaf 2015 weer in de lift. In het eerste kwartaal van 2017 zijn al meer boerderijen verkocht dan heel 2013. Toch is de transactieprijs nog lang niet op het niveau van voor de crisis en daarbij worden boerderijen nog steeds onder de vraagprijs verkocht voor een prijs die 20 tot 25 procent lager ligt dan voor de crisis. Daarnaast kost het nieuwe eigenaren doorgaans veel moeite om hun droom waar te maken. Een bestemmingswisseling duurt minstens een half jaar en daarbij is het nog onzeker of de wijziging er daadwerkelijke komt. In de tussentijd financiert de bank niet zolang er een agrarische bestemming op zit. Daarbij hebben de gebouwen op zichzelf vaak kapitale waarde, maar vergeet niet dat het vooral ‘werk’ is dat gekocht wordt. De nieuwe eigenaar moet verbouwen en krijgt een gebouw dat constant onderhoud nodig heeft.
Ook Geert laat weten dat ambtenaren beter mee zouden kunnen denken. Of er zou zelfs een aparte status voor stolpboerderijen moeten komen. Nieuwe functies als kans voor de toekomst, volgens Geert is er behoefte aan avontuur. Zelf is hij bezig met de ontwikkeling van een stolpenscan waardoor potentiële kopers weten wat ze met hun stolp kunnen. Daarnaast is er behoefte aan transformatie naar wonen op een oud agrarisch erf. Of de kangoeroe-hypotheek, waarmee ouders en kinderen samen een huis kunnen financieren. Er is veel informatie beschikbaar, maar dit moet gekanaliseerd worden. Uiteindelijk is inspiratie overal om ons heen. Het gaat om de beleving, het gevoel en de lifestyle van het platteland.

Jan Richard Kikkert (architect/Academie voor Bouwkunst) 'Toekomstbeelden: een architectonische, maar vooral een maatschappelijke uitdaging'
Jan Richard Kikkert is docent en architect aan De Academie van Bouwkunst te Amsterdam, maar bovenal groot liefhebber van de stolpboerderij. Zelfs zo een grote liefhebber dat hij studenten in projecten wil laten werken met stolpen en daarnaast bezig is met de implementatie van een vak over stolpboerderijen. Studenten krijgen op dit moment al interdisciplinaire colleges over stolpen en krijgen de liefde voor de stolp via ontwerponderwijs bijgebracht. Onder het motto ‘Reprogram the countryside’ stuurt Jan Richard Kikkert groepjes, veelal internationale studenten het veld in, in dit geval een bedrijventerrein in Purmerend waar drie stolpen leegstaan en met sloop worden bedreigd, om daar een geheel nieuw ontwerp voor de maken in de hoop dat deze stolpen behouden blijven en weer van belang worden voor hun omgeving.
Het is een voorbeeld hoe nieuwe gemeenschappen dragers van de plattelandsgemeenschap kunnen worden.

Angeli Poulssen (marketingdeskundige) 'Smoel maken met de stolp'
Angeli Poulssen ging tijdens haar presentatie in op het vraagstuk: hoe bouw je een sterk merk? De eerste vraag hierbij was: hoe houd je de sloophamer tegen? Met daarbij gelijk het eenvoudige antwoord: door de renovatiehamer aan te moedigen. Uitgangsbasis is het redden van leegstaande stolpen van verkrotting en sloop door middel van communicatie. Er moet een range van redenen gecommuniceerd worden die de stolp aantrekkelijk maken. Niet alleen rationele overwegingen spelen een rol bij de koop, maar ook emotionele overwegingen. De romantische tuin, de speelruimte voor de kinderen, het zorgdeel voor je ouders. Maak dat mensen gaan dromen over een stolp, laat ze verliefd worden. Doe dit door mooie plaatjes waar ook mensen op staan. Dit zie je vooral nog op oude foto's waar nog wel het leven en het werken van boeren in en om stolpen is terug te zien.
Door de stolp vooral niet als probleem te positioneren, maar alle goede aspecten bij herhalen te onderstrepen en wellicht een beetje aan te zetten, kunnen we de stolp als sterk merk in de markt zetten. In de marketing heet dit positive framing, dat moet de strategie worden. Nieuwe kopers moeten eerst overtuigd worden. Dat kan alleen als ze weten wat een stolp is en wat het bijzonder maakt. Zodoende komt er een haakje om ze geïnteresseerd te krijgen en te laten verlangen naar een stolp. Hiervoor is actie nodig. Angeli onderscheidt drie te ondernemen acties:
1. STORYTELLING (positieve content verzamelen): mooie verhalen van trotse stolpenbezitters, best practices over renovatie of nieuwbouw, succesvolle herbestemmingen, mooie bedrijven en ontstressen buiten de stad. De verhalen kunnen in blog, vlog, magazines, websites of in de krant.
2. BEELDBANK SAMENSTELLEN: zoveel mogelijk lifestyle-achtige beelden verzamelen. Dat mag stilstaand, maar liefst ook bewegend. Van registratie naar sfeer. Beelden kunnen gebruikt worden op social media, voor PR, op allerlei websites en stel ze vooral gratis ter beschikking.
3: STIMULEER EEN COMMUNITY VAN ‘STOLPENRIDDERS’: zij coachen de potentiële koper, ze wisselen tips en trics uit, ze zorgen voor reuring rondom de stolp en ze lobbyen richting gemeenten. Eventueel ook in te zetten als fondsenwerver. Ze communiceren via Facebook, Twitter, Instagram, Pinterest en Youtube. We kunnen de stolp pas tot sterk merk maken als we zowel rationele als emotionele argumenten voor de stolp communiceren via beeld en woord.
Om mensen verliefd te laten worden op de stolp moet je mensen positief aanspreken en inspelen op de rechterhersenhelft. Er is genoeg technische informatie voor de linker hersenhelft te vinden op het internet, maar je moet juist naar de rechterhersenhelft, de creatieve kant zien te bereiken. Stimuleer de rechterhersenhelft door in beeld én woord sfeer, emotie, geschiedenis en vooral mensen toe te voegen. ‘Wanneer mensen de verbinding tussen links en rechts maken dan zijn ze klaar om de stolp aan te kunnen.’

Kortom: weer leven in de stolp, met daadkrachtige dromers!

De rondetafelgesprekken

Na de interessante en inspirerende presentaties werden de genodigden gevraagd deel te nemen aan twee rondetafelgesprekken waarbij de volgende twee onderwerpen centraal stonden:

1. Hoe ziet de nieuwe markt eruit? Wat moeten we doen om een nieuwe generatie eigenaren te bewegen, te verleiden om een stolp te komen en deze met kwaliteit duurzaam te bewonen al of niet gekoppeld aan nieuwe functies. Een zoektocht die gericht dient te worden op nieuwe functies, die de gebruiks-, belevings- en toekomstwaarde van de historische stolp zullen versterken.

2. Hoe kunnen we de kwaliteiten en ervaringen van de 5.500 stolpeigenaren in een communitynetwerk met een sterk verhaal mobiliseren om het behoud van de stolp in de toekomst vorm te geven?

RONDE 1
Edwin Bonvie, John Kunis, Robert-Jan Wijntjes, Maud Aarts, Jurgen van der Ploeg, Melannie Balledux en Erik Bosmans.

Edwin Bonvie, de eigenaar van de Wierschuur waar de expertmeeting werd gehouden, vertelt dat de bed en breakfast die hij en zijn vrouw in de Wierschuur runnen goed loopt en dat zij om die reden zijn gaan zoeken naar een nieuw locatie. Het moest een locatie worden met karakter en met een verhaal. De Bonvie denkt dat dit de kracht is van een succesvolle onderneming. Eerst is daar het idee en daar wordt een locatie bij gezocht, bij het idee is een passend pand gezocht en gevonden. Als het andersom is; het pand passend maken naar het idee dan wordt het gevaarlijk voor het erfgoed. Dan bestaat de kans dat alles moet wijken en zo de ontwikkeling van het erfgoed wordt tegengegaan. De functie moet altijd in relatie zijn met de omgeving. De stolp functioneert als het ware als een kasteel; er is veel ruimte waarvan maar weinig gebruikt wordt. Maar juist deze ruimtelijkheid is de kracht van de stolp en zou dus gewaardeerd moeten worden. Edwin’s droom kwam hier uit, maar het had net zo goed een ander gebouw op Wieringen kunnen zijn.

Voor Robert-Jan Wijntjes, zelf stolpbewoner, is zijn stolp zonder meer een levensvervulling maar dat is maar één kant van het verhaal. De stolp hoort thuis in zijn omgeving van platteland, polder, molens en andere stolpen. Dat zorgt voor een rationeel, simpel en krachtig geheel. Daarbij is het voor Robert-Jan ook de sociale omgeving die erbij komt, hij gaat dan ook graag naar de jaarlijkse dorpskermis.

Over nieuwe functies voor de toekomst zijn alle deelnemers wel eens dat ‘alles kan’. Er is immers zoveel ruimte in een stolp, daardoor is een stolp heel bruikbaar voor verjonging in een lintdorp. Er zijn talloze functies mogelijk maar die moeten we durven te verwezenlijken. Maud Aarts van de Buitenwerkplaats benoemd de relatie stad en platteland. Zij ziet de stolp als een erfenis die je met andere mensen wilt delen. Ze heeft dan ook samen met haar man een creatieve buitenhaven ontwikkeld in een boerderij onder de rook van Amsterdam voor creatievelingen uit de stad met de mogelijkheid er aan hun projecten te werken.

Jurgen van der Ploeg van FARO architecten benadrukt het voorbeeld van een creatieve oplossing in de vorm van tiny houses. Tiny houses zijn woningen van niet meer dan 50 vierkante meter. Het zijn volwaardige woningen, maar dan in het klein. Bij het ontwerp en de bouw wordt slim gebruik gemaakt van ruimte en innovatieve technologieën. Een tiny house is zelfvoorzienend en ‘off-the-grid’ te maken, waardoor je niet afhankelijk bent van derden voor je elektra en water. Tiny houses zijn zowel als mobiele en verplaatsbare woning te verkrijgen of op een vaste plek, soms zelfs met fundering. Jurgen van der Ploeg slaat hiermee de slag naar bijgebouwen op het erf. In veel gevallen willen overheden geen woning toevoegen, maar wordt een zorgfunctie vaak wel toegestaan. Zodoende bieden bijgebouwen veel beter kansen, deze schuurachtige woningen blijven ondergeschikt aan de stolp en bieden zo de mogelijkheid om met meerdere gezinnen op één erf te wonen.

John Kunis van Timmerbedrijf Kunis vertelt over zijn stolp waarvan een deel in gebruikt is als werkplaats voor zijn bedrijf. Het is een kleinschalig ambachtelijk bedrijf, dat goed past bij de stolp. De droom van het bedrijf aan huis was aanleiding om de stolp te komen, een droom die hij volgens zijn vader als van kinds af aan had.

Melanie Balledux heeft haar eigen makelaarskantoor met erfgoedadvies en komt uit een aannemersgezin. Ze woont zelf in een, zoals ze het zelf noemt ‘een relatief kleine’, stolp en heeft daar ook haar kantoor in gevestigd. Vanuit haar expertise als erfgoedadviseur stelt zij dat gemeenten en provincies meer maatwerk moeten leveren voor de stolp. Men vindt het fijn als een ambtenaar meedenkt, zo niet dan haken ze af. Ambtenaren zitten meestal in hun ‘veilige modus’ en grote gemeenten hebben de expertise niet meer. Voor (toekomstige) stolpbewoners is het belangrijk een goede architect of aannemer in de hand te nemen om bij een verbouwing kritisch te blijven om de investering zo klein mogelijk te houden. Zodoende is er iemand die het overzicht houdt tijdens het proces, daar is behoefte aan.

Erik Bosmans is eigenaar van een nieuw gebouwde stolpboerderij en leeft volgens ‘circulaire economische principes’. Hij heeft het geheel ontwikkeld zonder architect of aannemer. Tijdens dit proces is hij lastige ambtenaren tegengekomen en werd aan allerlei regels onderworpen en heeft ondervonden dat je flink wat doorzettingsvermogen moet hebben. Toch is Erik Bosmans positief gebleven, want zoals hij zelf zegt: ‘’Alles kan, zolang je maar veel druk blijft zetten.’’ Nu wordt de stolp ter beschikking gesteld aan kunstenaars of onderzoekers en wordt nog geëxperimenteerd met de uiteindelijke functie, maar het moet te maken hebben met duurzaamheid. Mensen ruimte geven om er aan hun proefschrift te werken. Er wellicht een kenniscentrum vestigen.

RONDE 2
Arie van den Brand, Edwin Raap, Hermien de Bruijn-Franken, Menno Heling, Carin en Kees Koopman en Geert Klaver

Arie van den Brand is de trotse mede-eigenaar en mede founder van stolpboerderij ‘De Nieuwe Proef’, een woongemeenschap met moestuin, hoogstamboomgaard, schapen en kippen. De stolp is herontwikkeld tot acht appartementen en midden in het pand staat een gezamenlijke keuken. Arie van den Brand leeft vanuit de gedachte dat voedsel en gezamenlijk eten heel belangrijk is voor community building, ‘food connects’. In de gezamenlijke keuken worden dan ook de zelfgekweekte ‘vergeten’ groenten bereid, de vangsten van de plaatselijke jagers en de vis uit de eigen zoetwater visplaats. Daarnaast organiseert Arie van den Brand excursies naar zijn stolp om mensen te enthousiasmeren en samen te eten. Echter geeft Arie van den Brand ook een kanttekening: een stolpboerderij is maar geschikt voor een beperkte doelgroep, niet iedereen kan het aan om zo’n pand in stand te houden, de meesten zijn al blij als het gras gemaaid is. Toch is zijn gemeenschap een voorbeeld van hoe nieuwe gemeenschappen dragers van de plattelandsgemeenschap kunnen worden.
Edwin Raap van Landschap Noord-Holland haakt daarop in door te stellen dat het landschap en de omgeving waarin de stolp staat groepen mensen faciliteert door, bijvoorbeeld gesteund door natuur- en landschapsorganisaties, aan landschapsbeheer te doen of zwerfvuil op te ruimen. Mensen houden van een mooie, eigen woonomgeving en willen graag gezellig samen iets doen. Dat mensen vooral van gezelligheid houden weet ook Hermien de Bruijn-Franken, eigenaar van boerderij de IJsselhoeve, als geen ander. Hermien organiseert creatieve activiteiten, één van die activiteiten is eten bij haar op de IJsselhoeve, Overijssel. Mensen houden nu eenmaal van beeldbepalende boerderijen en van lekker eten, dus wat is er dan leuker dan eten op de boerderij waarvan de gastvrouw het verhaal vertelt.

Carin en Kees Koopman, van CultuurZien, proberen op een zeer eigentijdse manier het publiek te enthousiastmeren voor het platteland met haar stolpboerderijen. Zij zijn erfgoedvloggers en hun filmpjes worden zeer goed bekeken. Dit zijn zij gaan doen vanuit te gedachte dat je het jonge publiek niet trekt met stadswandelingen en al helemaal niet meer lezen. Door te vloggen ontstaat er een mix van leeftijden die geïnteresseerd zijn of dat wellicht worden. Geert Klaver weet als geen ander wat de invloed van vloggen is op zijn publiek, online is veel te halen van mensen tussen de 20 en 40 jaar. Groot-Amsterdam is de markt voor de stolp en door middel van regio-marketing weet Geert deze markt te bespelen. Door middel van video’s en social media moet je verhalen vertellen. Verhalen van het plattelandsleven en van de oude bewoners, deze moeten doorgegeven worden aan de nieuwe bewoners. Zo krijg je mensen enthousiast.

Ook Menno Heling, uitgever van een vaktijdschrift over Erfgoed, is van mening dat online zijn belangrijk is. Je moet offline beginnen en dan online verder bouwen. Hij werkt aan het landschap van de waterlinie en is constant opzoek om mensen te betrekken die toch al in het landschap bezig zijn. Hij wil niet de usual suspect, maar juist de betrokkenen. Daarbij moet je voorkomen dat je wij-zij verhalen krijgt, dan blijven mensen niet betrokken. Hij laat weten dat belangenverenigingen 1.0 organisaties zijn, daar zit verliefdheid in. Bij een community wordt dat 2.0 en kun je jezelf wellicht overbodig maken, pas dan wordt het succesvol. Het aanwezige gezelschap past ook in een community, er zijn veel woorden en het is van belang dat die nu worden omgezet in daden.

Maak het verschil!
Gedurende de middag werden de genodigden gevraagd hun ideeën gevraagd dit, onder de noemer 'Maak het verschil' op papier te zetten. Hieronder volgt een korte samenvatting van de vele inspirerende ideeën, met her en der een pakkende slogan.
Er werd onder andere nagedacht over wie de nieuwe generatie bewoners zullen zijn. Het 'simpele' antwoord: 'Wie niet' maakt al snel het enthousiasme van de bezoekers duidelijk. ''De Stolp dat zijn wij''. Onder de nieuwe generatie bewoners vallen ook avonturiers voor wie de bestaande omgeving open moet staan voor hun wilde plannen. De moderne ZZP'er, de familie groep, de drie generatie groep, de vlogger, de particulier met een groen hart, de kangoeroebewoner of juist zij die wat meer zorg nodig hebben; ouderen, dementerenden, verslaafden. ''Wonen in een stolp blijft een fijne droom!'' Wie de nieuwe stolpeigenaar ook mag zijn, voor iedere nieuwe stolpeigenaar zou de gemeente de rode loper uit moeten leggen en een stolpcoach beschikbaar moeten stellen, die je bij de hand neemt en je door het woud aan regelgeving leidt. We moeten buiten de gebaande paden van de bestemmingsplannen en het gemeentelijke beleid treden. Soepelere wet- en regelgeving van de gemeente, nieuwe bestemmingen en combinaties van bestemmingen mogelijk maken en iets verzinnen om de overheid/ambtenaren bij te spijkeren, zodat zij het ontwikkelen van plannen rond de stolp ook leuk gaan vinden en hen de ogen openen voor kansen. Ontregel de regels, overheden moeten als facilitator optreden en met een planologische souplesse te werk gaan. We moeten op zoek naar wat mensen samenbindt en dat proberen te verwezenlijken in en rond de stolp. ''Een oud dak voor veel nieuws''. Goede voorbeelden laten zien, excursies organiseren, een start-up in de stolp, kleine ambachtelijke bedrijven, meerder woonfuncties, een provinciaal stolpenkennisloket. Maar misschien en vooral terug naar vroeger op een moderne manier met nieuwe privacy.

Dit is nog maar een klein deel van de ideeën die gedurende de dag boven kwamen borrelen.
Verder werd tijdens de expertmeeting nagedacht over een uitvinding om de interactie van kwaliteiten en ervaringen tussen stolpeigenaren te verbeteren en welke activiteiten er vanuit de community georganiseerd moeten worden. ''De Stolp geeft ruimte aan ambitie''. Bij bewoners of toekomstige bewoners is emotionele binding met het verleden, waarbij ervaring met het wonen op de boerderij een rol speelt; spelen in het hooi als metafoor - zo ook logeren bij oom en tante op de boerderij en zelf brood bakken in het bakhuis. Deze verhalen zouden jaarlijks gebundeld kunnen worden in een verhalenboek waarbij verhalen van nieuwe en oorspronkelijke bewoners zich afwisselen. Denk hierbij ook online en wees open en toegankelijk voor andere stolpdromers, de mens wil graag ergens bij horen. Zo ook bij een community voor stolpliefhebbers, de stolpridders. De community draagt inspiratie uit naar nieuwe of bestaande bewoners en ondersteunt stolpeigenaren bij problemen met verbouw of inrichting evenals het aankaarten van het belang van de stolp bij een breed publiek en overheid. Het delen van verhalen, expertise, ervaringen, weetjes, adviezen, tips, wetten en bepalingen via nieuwe media, zoals een stolpenforum ''stolponline'', een website, een stolpenapp voor bewoners voor hulp en ideeën, een digitaal discussieplatform, een Facebook-groep of een blog of vlog. Deze media kunnen ingezet worden voor het organiseren van ontmoetingen en verschillende laagdrempelige activiteiten, waar iedereen iets kan leren of creëren. Een afwisseling van historische kennis met nieuwe 'wilde verlangens' om te leren en zelf te creëren. Denk aan werkactiviteiten, projectbezoeken, workshops in rietdekken, streekeigen bebouwing, erfbeplanting, duurzaamheid, erf onderhoud, theater op de deel of dars, excursies en diners met streekeigen producten. Het organiseren van een jaarlijkse ''kom in de stolp'' dag kan het communitygevoel versterken en kan geproefd worden aan de landelijke lifestyle. Het gaat uiteindelijk om de mensen en het object, de wisselwerking tussen goed polderleven en kennisdeling. Het zijn het de verhalen die verbinden, stimuleren en enthousiastmeren en die bij een bezoek aan elkaar naar boven komen, onder het motto: ''kom onder mijn stolp''.

Terug naar overzicht
Foto Aad Holkamp
Foto Aad Holkamp
Foto Aad Holkamp

Op de hoogte blijven?
U bent ingeschreven voor de nieuwsbrief
Fout bij het versturen
ZONDER STOLPEN ZOU NOORD-HOLLAND NOORD-HOLLAND NIET MEER ZIJN
sitemap    webdesign door ipsis