Boerderijenstichting Noord-Holland

Vrienden van de stolp

Binnenkijker 85, 2016

Egmond-Binnen

In de Binnenkijker kijken we binnen in een stolp. Nog meer dan de exterieurs verschillen de interieurs. In deze aflevering weer een stolp uit de duinstreek, maar dan wel eentje die je niet zomaar kunt vinden. Deze leeft een verborgen leven. Maar hoe mooi …

Als in een tovertuin de geheime deur, leidt hier de enig juiste afslag naar een stolp middenin het duin. Na een terrein met louter witbloeiende meidoorns, voert een pad langs manshoog fluitenkruid onder bomen met frisgroen blad naar een grasweg zonder zichtbaar einde waar een overigens prachtig zwart houten hek maant: ‘Geen toegang’. Een wildrooster en nog een hek. Dan gloort het puntdak van een rietgedekte stolp tussen de stammen. Naderbij gekomen, nodigt een kleed van afgewaaide witte kastanjebloesem de bezoeker naar de voormalige staldeur. Het begin van een sprookje.

 

Duinboeren en schelpenvissers

Stolp Berwout staat (bijna) aan de rand van de werkelijkheid. Met de oostgevel schurkt de bescheiden stolpboerderij van 12 bij 13 meter genoeglijk tegen de rand van het overvloedige duinbos, terwijl de westgevel vrij uitziet over een breed erf met gras en een (nieuw) duinmeer. De blanke top der duinen direct in beeld. Een plaatje rechtstreeks uit een album van Jac. P. Thijsse. Eric en Lidy Duijvis zijn er duidelijk zeer senang. Het voelt er voor hen als hun tweede thuis, met familiebanden die teruggaan tot 1960. Eric’s vader huurde Berwout destijds als zomerwoning en dat is ononderbroken gebleven tot drie jaar geleden, toen Eric en Lidy de stolp konden kopen. “Een buitenkans”, volgens beiden. Bij de koffie met stroopwafel beginnen de verhalen over de duinboeren van weleer. Een start die teruggaat tot 1862 als Willem Bak 532 bunder duingrond koopt en er in 1870 een stolpboerderij bouwt. ‘Met recht van weidegang en veedrift tot zee’. De stolp heet dan ‘Vogelenwater’ en wisselt meermaals van eigenaar. In 1933 gaat grond, stolp, villa en jachthuis over naar het PWN. De duinboeren hielden zich tot die tijd staande met wat vee, kaas, duinaardappels en graan en bijverdiensten als jager en schelpenvisser.

 

Architect Royaards en Duitserse

Het PWN kon met deze aankoop zijn waterwingebied fors uitbreiden. Villa en jachthuis (het huidige ‘Vogelwater’) èn stolp worden opgeknapt en als buitenhuizen verhuurd. Aankomend architect C. Royaards herontdekt de schoonheid van de duinboerderij en krijgt opdracht deze te restaureren en dat doet hij (vooral binnen) in zijn kenmerkende romantische bouwstijl (zie ook Binnenkijker Nieuw Westert in nr. 79). Zo blijft de toepassing van kleine ruiten en luiken gehandhaafd of wordt versterkt. Er komt een tweede schoorsteen bij en de aangebouwde grote schuur wordt nagenoeg gehalveerd. In de vertrekken veel detaillering in de vorm van eikenhouten (dubbele) deuren, lijsten, schoorsteenmantels, tegelplinten, haardtegels en een glazenkast. Overvloedig gebruik van grote scharnierhengen en gesmede spijkers. Op de vloer van de oude paardenstal (nu grote keuken) strak repeterende vormen in grijze en rode estrikken. Op de koestallen idem dito met baksteen. Waarschijnlijk komen ook de gebruikte kleuren rood en groen, en zwart, geel en wit uit de koker van Royaards. Zeker is dat Royaards de naam Berwout voor de stolp bedenkt. Berwout was in de 12e eeuw een rentmeester van de abdij van Egmond.

 

Familie Weeber is de eerste huurder van Berwout. Familie Hudig uit Rotterdam huurt als de bezetter in 1940 de stolp vordert en op het omliggende terrein onderdelen van de Atlantikwall gaat bouwen. Duitse militairen worden in de stolp gelegerd en de sporen van hun verblijf zijn er nog te vinden. Sporen van het houtjes hakken in de houten (!) vloer op de dars en constructies voor het hebben van veldbedden aan de koeschotten. Als de Duitsers vertrekken, keert Hudig in 1945 als huurder terug. In 1960 gevolgd door familie Duijvis.

 

Ouderdomshuisje

Waar in de gehalveerde schuur eerst varkens en later paarden stonden, huist nu de familie Duijvis. Tot hun grote genoegen. Feitelijk is alleen deze schuur als woonruimte geschikt, de stolp (zonder verwarming) alleen voor gebruik in de zomer. De schuur wordt dan ook wel het ouderdomshuisje genoemd, een ouderwetse variant op het huidige idee van een kangoeroewoning. Als het aan Eric en Lidy ligt, komt dat later ook zo uit. Hun kinderen in de stolp en zij in het ouderdomshuisje. “Want het is hier zo heerlijk bij zomers weer, dan staan de darsdeuren open en is het buiten warm en binnen heerlijk koel. Omgekeerd ben je met de kachel aan binnen beschut tegen de elementen.” Zelden waren wij op een meer sprookjesachtige plek. Waar bovendien een stolp met een rode en een groene kamer, met een bonte opkamer, met een buitengewoon fraaie koegang, met hergebruikt hout in de vierkantconstructie, met negenruiters en luiken, met rondom riet op het puntdak, met een zwart-witte sierrand en met lage staldeuren zo perfect is ingepast, dat zoiets eigenlijk niet kan. Net zo perfect als die nieuwe stalen deuren met veel glas (een ontwerp van Eric) die, hoewel gesloten, bij wijd open darsdeuren niet opvallen maar juist de onmetelijke ruimtelijkheid van deze plek benadrukken. Buiten komt als het ware zo naar binnen en dat is wellicht het geheim van Berwout.
’n Plaat van ’n plaats.

WM

Terug naar overzicht

Op de hoogte blijven?
U bent ingeschreven voor de nieuwsbrief
Fout bij het versturen
ZONDER STOLPEN ZOU NOORD-HOLLAND NOORD-HOLLAND NIET MEER ZIJN
sitemap    webdesign door ipsis