Boerderijenstichting Noord-Holland

Vrienden van de stolp

Binnenkijker 84, 2016

Bergen

In de Binnenkijker kijken we binnen in een stolp. Nog meer dan de exterieurs verschillen de interieurs. In deze aflevering een dot van een stolpboerderij nog gewoon met melkvee incluis en sprookjesachtig mooi gelegen in de Damlanderpolder. Feestje!

Een rit door een villadorp aan de kust over een beboomde laan eindigt even verrassend als plotseling aan het eind van een bosrand. Daar begint ineens de groene ruimte van een kleine polder. Middenin rijst prominent het puntdak van een stolpboerderij omhoog. Het verstilde beeld lijkt eeuwenoud, alsof het hier altijd zo is geweest. Een onverhard pad slingert richting erf met bomen. Daar hangt de zoete geur van kuilgras en is er het geluid van de wind en het zachte zoemen van een ventilator in de stal. Aangename stilte en niemand te zien.

1597-1779

Een hand wenkt vanachter een T-raam naar binnen. Na de dors met ‘jacobsladder’ en een levensgroot schilderij van een met groenten beladen vrouw (blijkt een tel later de boerin zelf) volgt de knusse, overwegend okergele keuken. Er is meteen van alles te zien en te horen, want Jan Zwakman en Lia de Boer vallen meteen met de historie van de stolp in huis: “De voorganger stamt uit 1597 maar die ging eind 18e eeuw door brand verloren. Niks meer van over dan de gevelsteen met het jaartal en een bakje met scherven en gesmede spijkers”. De huidige stolpboerderij is van 1779 en telde eerst 18 en later (door sloop staart in 1871) 14 koeien op de lange regel. Het grondplan is daarmee hartstikke Westfries, maar aan de buitenkant toont-ie zich een onvervalste representant van de duinstreek met een geheel met riet gedekte kap die (zoals het hoort) over alle muren heen steekt. Deze stolp in de driehoek Eeuwigelaan-Herenweg-Voert is een oude boerenplek met een al even oude familiegeschiedenis. De Zwakmannen zijn hier al minstens even lang boer. Heer en meester was oorspronkelijk de voorname familie Ramp.

Sprookje

Het besloten erf lijkt op een vertelling van Moeder de Gans. Het is bijna een sprookje met links en rechts bomen, schuren en kleine opstallen. De vijzelberg oogt als een kasteeltje, maar dan vol balen stro en hooi. Overal krokussen en sneeuwklokjes, hier en daar een narcis. Enkele appelbomen staan in de luwte van dikke beuken. Het piramidale stolpdak gaat op in het mos- en bosgroen van het erf. De kraakheldere witte smetrand, die aan de kant van het woongedeelte extra hoog is aangebracht, dient om te plek van de stolpboerderij zonder enige twijfel te markeren. Hier ruime raamkozijnen met 12 ruiten. Tel daarbij de vier identieke ruitjes in het bovenlicht en je krijgt een vierkant raamkozijn uitgevoerd als 16-ruiter! Wie heeft het? Deze stolp dus. De smetrand vervolgt langs de gevel aan de noordkant waar zich keuken, kelder en dorsdeuren bevinden. De witte smetrand is hier lager aangebracht en vormt rond het kleine kelderraam een blanke contour. Ongeveer menshoog en dito breed. Een wezensvreemd, in het oog springend accent.

Kleurig en knus

Binnen wijzen Jan en Lia de weg door de stolp. De keuken is door meesterschilder Joop van Drunen geschilderd. In passende tinten okergeel. In een (bolronde) hoek is net als vroeger door buurtgenote Annet Min een geschilderd boeket aangebracht. De twee T-ramen zijn voorzien van binnenluiken. De kinderbedstee boven de kelder is in dezelfde kleuren uitgevoerd. Het wollen dekentje met de veelkleurige vierkante lappen doet aan Doornroosje denken.
Door een gangetje gaan ze voor naar de huidige woonkamer die eerder uit twee kamers bestond. Toen vooral in doperwtjesgroen geschilderd, maar na de verbouwing tot één kamer is de kleur volgens Lia nu katjesgrijs. Veel rustiger. Hier schrijft Jan aan zijn boek over het boerenleven op deze locatie. Daar is ie druk mee en vol van. Overal liggen dan ook stapels naslagwerken en verzamelde dossiers. En overal kunstwerken, o.a. van Jan zelf. Pas heeft-ie nog een onbekende neef uit Schotland op bezoek gehad. En verhip als het niet waar is, beiden bezaten ze twee dezelfde oude familiefoto’s.

In de achterkamer komt de oude gevelsteen tevoorschijn. Inderdaad 1597. Daar bevindt zich de tweede houtkachel, de derde 16-ruiter en de bedstee in het vierkant: de koets. Vanuit deze kamer is er toegang tot de later aangebouwde afhuiving. De voormalige stal dient nu als opslag voor tuinplanten, oude gereedschappen en boerengoed. Achter een gordijn gaat de oude kaaskamer schuil, later ingericht als keukentje met veel groen en blauw, wat Lia de spreuk ontlokt: “Blauw en groen is boerinnenfatsoen”. Deze stolp met een vierkant van 6½ x 6½m en met een overstek van één meter aan de woningzijde heeft daarmee een buitenmaat van 16 bij 15m. Niet uitzonderlijk groot, niet uitzonderlijk specifiek, maar daarin schuilt juist het bijzondere van deze opmerkelijke stolpboerderij met z’n eeuwenoude historie. Zelden kwam ik op een meer sprookjesachtige plek en in een knusser interieur. De bewoners zelf doen daar uiterst bescheiden over, maar zij zitten wel het allerliefst aan de tafel in de keuken in ’t opkomende zonnetje met het eten vlakbij. Goed bekeken. 

WM

 

Download hier Nieuwsbrief 84

 

Terug naar overzicht

Op de hoogte blijven?
U bent ingeschreven voor de nieuwsbrief
Fout bij het versturen
ZONDER STOLPEN ZOU NOORD-HOLLAND NOORD-HOLLAND NIET MEER ZIJN
sitemap    webdesign door ipsis